In dit artikel
De overnamesom
De prijs die je voor de zaak zelf betaalt bestaat uit twee delen: inventaris en goodwill. Bij horeca zie je dat vaak afgekort als INV/GW in advertenties.
De inventaris is de reële waarde van wat er staat — niet de nieuwprijs en niet de boekwaarde, maar wat het in gebruikte, werkende staat waard is. De goodwill is de vergoeding voor de draaiende onderneming, berekend over de overwinst: de winst ná aftrek van een marktconform ondernemerssalaris.
Hoe die berekening precies werkt, lees je in overnameprijs horeca berekenen. Belangrijk om te weten als koper: een vraagprijs waarin de ondernemersbeloning niet is afgetrokken, is te hoog. Dat is de meest voorkomende reden dat zaken maandenlang te koop staan.
Wat er bovenop komt
Reken op deze posten naast de overnamesom:
- Voorraad. Wordt op de dag van overdracht geteld en apart afgerekend. Afhankelijk van het type zaak enkele duizenden euro's.
- Waarborgsom huur. Verhuurders vragen doorgaans drie maanden huur als waarborg of bankgarantie.
- Vergunningen. Leges voor de exploitatie- en alcoholvergunning, plus eventueel een terrasvergunning. Per gemeente verschillend, meestal enkele honderden euro's per vergunning.
- Advies en contract. Juridische controle van de koopovereenkomst, en eventueel een boekenonderzoek.
- Inschrijving KvK en verzekeringen. Aansprakelijkheid, inventaris, bedrijfsschade.
- Aanpassingen. Nieuwe naam, menukaart, bewegwijzering, kleine verbouwing. Ook als je niets ingrijpends doet, gaat hier geld in zitten.
Werkkapitaal: de vergeten post
Dit is waar startende horecaondernemers het vaakst op stuklopen. Je hebt geld nodig om de eerste maanden te drááien, niet alleen om de zaak te kópen.
Denk aan: inkoop voordat er omzet is, loon voor je personeel, huur, energie, verzekeringen. En houd er rekening mee dat de omzet na een overname vaak eerst even terugloopt — vaste gasten moeten wennen aan de nieuwe eigenaar.
Een gebruikelijke vuistregel is drie tot zes maanden vaste lasten als buffer. Financiers vragen hier expliciet naar; een aanvraag zonder werkkapitaal wordt vrijwel altijd afgewezen.
Rekenvoorbeeld
Stel: je neemt een lunchroom over met een vraagprijs van € 130.000 (inventaris € 25.000, goodwill € 105.000) en een huur van € 2.500 per maand.
Wat je totaal nodig hebt
| Overnamesom (inventaris + goodwill) | € 130.000 |
| Voorraad bij overdracht | € 4.000 |
| Waarborgsom huur (3 maanden) | € 7.500 |
| Vergunningen en leges | € 1.000 |
| Advies en contractcontrole | € 2.500 |
| Naam, kaart, kleine aanpassingen | € 7.500 |
| Werkkapitaal (buffer eerste maanden) | € 25.000 |
| Totale financieringsbehoefte | € 177.500 |
De zaak kost € 130.000, maar je hebt bijna € 180.000 nodig. Dat verschil van zo'n 35% is precies waar veel overnames op vastlopen: de koper heeft alleen naar de vraagprijs gekeken.
Bekijk wat er te koop staat
Alle horecazaken die op dit moment via Easy worden aangeboden, met prijs en type erbij.
Naar het aanbodEn daarna: je vaste lasten
Als de overname rond is, begint het echte rekenwerk. De belangrijkste posten in de horeca:
- Huur — als richtlijn 8 tot 12% van de omzet. Zit je daarboven, dan wordt het lastig rendabel.
- Personeel — vaak de grootste post, zeker bij restaurants. Reken met de horeca-cao.
- Inkoop — food heeft een lagere marge dan drank; de mix bepaalt je brutowinst.
- Energie — in de horeca fors, door koeling en afzuiging.
- Aflossing en rente op je financiering.
Maak vooraf een exploitatiebegroting met deze posten en zet daar de omzet van de afgelopen jaren tegenover. Blijft er dan te weinig over om jezelf van te betalen, dan is de vraagprijs te hoog — hoe mooi de zaak ook is.
Hoe je dit gefinancierd krijgt, lees je in financiering van een horecaovername.
De genoemde bedragen zijn voorbeelden en verschillen sterk per zaak. Controleer actuele tarieven en belastingpercentages. Dit artikel is geen financieel advies.